Wat wij vandaag Nieuwe Media noemen, raakt stilaan ingeburgerd in de artistieke wereld. De musea bekijken hoe ze netwerkinitiatieven binnen hun muren kunnen integreren, de galerijen proberen een kader te scheppen voor de distributie en de verkoop van video. In één woord, de digitale media breken uit het keurslijf van de confidentialiteit, van de privésfeer om hun aanwezigheid door te drukken tot in mammoettentoonstellingen. Deze evolutie loopt parallel met die van de wereld van de communicatietechnologie. De bedrijven investeren in kunst, omdat zij daarin een geschikt venster zien voor de consolidering en de ondersteuning van hun publiek imago. De meeste kranten verschijnen nu ook in elektronische versie en de meest respectabele onder hen hebben een eigen internetrubriek en besteden ruim aandacht aan multimediadossiers allerlei. De wereld van de communicatie en de kunstwereld maken zich op om het potentieel van de nieuwe technologieën aan te boren met het oog op een versterking en uitbreiding van de macht van wat Guy Debord het ‘spectaculaire intégré’ zou noemen.

‘De vervreemding van de toeschouwer ten voordele van het gecontempleerd object wordt als volgt uitgedrukt: hoe meer hij nadenkt, hoe minder hij leeft; hoe makkelijker hij het heeft zich te herkennen in de dominante beelden van de behoefte, hoe minder hij zijn eigen bestaan en zijn eigen verlangens begrijpt. De veruiterlijking van het spektakel t.o.v. de agerende mens uit zich in het feit dat zijn eigen handelingen hem niet meer toebehoren maar aan een ander die ze voor hem speelt. Vandaar dat de toeschouwer zich nergens thuisvoelt, want het spektakel is overal.’

T.o.v. deze evolutie voelen kunstenaars, cineasten, theoretici de behoefte fel te reageren en een dubbele kritiek te formuleren: een theoretische kritiek m.b.t. de gevolgen van het gebruik van deze informatietechnologieën en een concrete kritiek aan de hand van de werken geproduceerd in deze nieuwe taalvormen.

Deze houding is pas mogelijk door de oude protestvormen waaraan ze zijn ontsproten in vraag te stellen, door het aanvaarden van de analyse van hun dubbelzinnigheid en de redenen van hun teloorgang. Daarin schuilt de kracht en de dynamiek van deze vragen waaraan Verbindingen-Jonctions meer zichtbaarheid wil geven. Maar dit festival is tevens de gelegenheid bij uitstek om te onderstrepen dat bij andere praktijken, vragen van hetzelfde type worden behandeld. Zo komt een schrijver van politieverhalen zijn eigen teksten voorlezen in een bioskoopzaal, zal een akoesmatisch musicus bij zijn optreden gebruik maken van het beeld van John Wayne, zal een beroemd cineast zijn tekst op het spel zetten door het gebruik van DV of ontcijfert een universitair een site die remakes van Star Wars uitzendt.

Verbindingen-Jonctions voert de toeschouwer langs avonden die een mengvorm willen aanbieden van muziek, lezingen, video’s of film, een film- en videoprogrammatie in de Nova en het Filmmuseum, en installaties samen met een grote multimediazone (cd-romotheek, videotheek...) bij de Fondation pour l’ Architecture.